Sprookje
Heel lang
geleden, heel ver weg was er een meisje en men zegt dat ze niet wist of ze
bestond, of ze de liefde ooit wel vond. Ze woonde in het verre land voorbij de
verste overkant in een paleis zonder naam. Daar keek het meisje uit het raam.
Ze was alleen en onbewust, want niemand had haar nog gekust en in de zachte
zuidenwind zei ze de woorden van een kind.
Zolang de wind niet verstomt en de stilte nog niet komt die einde maakt
aan alle vreemde taal is er geen eind is er geen eind aan dit verhaal.
De wind nam al haar woorden mee over de grote grijze zee en bracht ze naar de overkant van het verre sprookjesland. Daar was een jongen
die op een dag in de wind haar woorden zag: witte vogels in de lucht, moe
geworden van hun vlucht. Hij was de eerste die hen ving. Hij had nog een
herinnering bewaard aan land ver overzee en daar herkende hij ze mee.
Het meisje keek nog uit haar raam en noemde
plotseling zijn naam. Ze was zo lief, zo mooi, zo blond, het was of hij zijn
ziel terugvond en of hij als geroepen kwam. Toen ze hem in haar armen nam heeft
hij haar mond gekust en was zij eindelijk bewust.
|
Muziek
Luister mp3 fragment
>> volgende muziekfragment
|